Ingrid, hoe voel je je bij het afscheid?

Zucht diep: “Ik vind het moeilijk, want ik moet iets loslaten wat me heel dierbaar is. Het is natuurlijk gewoon werk, maar dat werk heb ik altijd met hart en ziel gedaan. Voor mij voelde het als meer dan werk – bijna als een soort levensopdracht. Ik heb altijd al gewild dat er op de arbeidsmarkt met meer compassie naar mensen werd gekeken zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen. Dat is met AutiTalent werkelijkheid geworden.”

Je begon aan de keukentafel met Paul Vermeer. Jullie hadden het idee dat het zou werken, maar geen bewijs. Wat was het eerste moment dat je dacht: já, het klopt écht!

“Dat was in de zomer van 2007. Ik sprak met onze eerste medewerker, die net was gestart bij een archief. Zijn opdracht was het uitzoeken en controleren van papieren dossiers met vertrouwelijke informatie. Hij vertelde mij over een fout in de dossiers die niemand eerder had opgemerkt. Ik dacht: zie je wel! Dat gedetailleerde. Dat bij autisme hoort omdat hun brein anders werkt. Zie je wel dat het werkt!”

Hoe vind jij dat AutiTalent er nu, na achttien jaar, voorstaat? Is dit wat je had verwacht?

“We hebben altijd vanuit de kracht van mensen gewerkt. Dus geen gecreëerde banen om mensen in de uitkering ‘maar wat te laten doen’. We hebben altijd ingezet op jobcarving, het bieden van maatwerk aan de opdrachtgever, en het wegnemen van belemmeringen voor de medewerker. En, heel belangrijk: nooit ten koste van kwaliteit. Dat de opdrachtgever tevreden is, is net zo belangrijk. Als je kijkt naar waar we nu staan… Dan ben ik zo blij dat we konden aantonen dat het écht werkt.”

Voor mij voelde het als meer dan werk – bijna als een soort levensopdracht.”

Diversiteit en inclusie lijkt vanuit de US steeds vaker van de agenda van grote bedrijven te verdwijnen. Wat denk jij: is diversiteit en inclusie een trend?

Fronst haar wenkbrauwen: “Hmm… Deels wel. In de tijd dat wij begonnen bestond er geen Participatiewet. Buitenstaanders reageerden verbaasd op ons concept: mensen met autisme, die zitten toch in de uitkering? Maar inmiddels hebben we als samenleving veel meer inzicht in diverse menstypes en breinsoorten, en dat die elkaar juist versterken. De trend van diversiteit en inclusie waait misschien weer over, maar we hebben als collectief inmiddels begrepen dat we het met elkaar moeten doen. En krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat we wel móéten. Daarnaast komt er veel werk aan dat super bij mensen met autisme past. De AVG-wetgeving bijvoorbeeld, de snelheid van informatieverwerking, het belang van (data)kwaliteit. Met de uitdagingen van de toekomst heb je juist andere type breinen nodig.”

Wat moet er gebeuren om mensen met autisme een vaste plek te geven op de arbeidsmarkt? Waarom lukt dat na achttien jaar nog steeds niet?

“Het is eigenlijk heel simpel. Elke werkgever moet goed kijken wat een medewerker nodig heeft om tot z’n recht te komen. En of dat mogelijk is in haar organisatie. Als dat niet lukt omdat het type werk of de organisatie niet matcht, dan moet je het ook niet doen. Maar matcht het wel? Dan moet je ervoor gaan. Gelukkig heb ik met veel teamleiders mogen werken die dat zelf ook inzagen. Het is heel makkelijk om je achter angst of procedures te verschuilen, te denken: het werkt niet, zo doen wij dat niet, we hebben geen tijd. Tsja, misschien is dat waar. Maar je kan het ook gewoon eens proberen.”

“Vooroordelen zijn er nog steeds veel, en dat belemmert de zaak. De hardnekkigste is dat mensen met autisme veel tijd kosten. Dat is gewoon niet waar. Ja, misschien kost het inwerken iets langer, of duur het wat langer voordat ze zich het werk eigen maken. Maar als dat is gelukt gaat die kennis er nooit meer uit, en je krijgt hele loyale medewerkers die kwaliteit leveren en waarop je echt kunt bouwen. Dat zijn kwaliteiten die je pas later ziet, eerst moet je door die aanpassingstijd heen. Dat durft niet iedere werkgever aan.”

Het is heel makkelijk om je achter angst of procedures te verschuilen. Maar je kan het ook gewoon eens proberen.”

Dus werkgevers moeten het gewoon maar doen en ervaren?

“Ja, dat vind ik wel. Als elk bedrijf een paar mensen met een afstand opneemt, en een passende baan biedt waar ze kwaliteit kunnen leveren – dan zijn we er wel in Nederland.

Met de individualisering zijn we het vermogen verloren om om te gaan met mensen die moeilijker meekomen. Als we nou gewoon accepteren: dit is mijn omgeving, hier ben ik onderdeel van, en we doen het samen. Ik geloof er sterk in dat iedereen er beter van wordt als we uit onze bubbels komen en weer naar elkaar gaan omkijken.”

Je was als relatiemanager aanspreekpunt van honderden medewerkers. Wat is je het meest bijgebleven?

Resoluut: “Hun doorzettingsvermogen. Om er altijd maar weer voor te gaan, zich aan te passen, zich leerbaar op te stellen. Ik heb medewerkers die bij het sollicitatiegesprek geen oogcontact durfden te maken en bijna geen antwoord konden formuleren. Als er dan een jaar later iemand tegenover me zit die me in de ogen kijkt, écht contact maakt en een samenhangend verhaal vertelt – dat vervult me. Ik denk dan: zie je, je kán het wel, maar je hebt zelfvertrouwen en veiligheid nodig om te beseffen dat je wat waard bent. Dat raakt mij. Daarom daag ik werkgevers ook uit: durf je iemand in te zetten op zijn of haar talent, en durf je door de minder noodzakelijke dingen, zoals communicatie, heen te kijken?”

Past dat bij je, mensen uitdagen?

“Ik ben doelgericht en mensgericht. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is voor onze medewerkers denk ik heel fijn. Ik geef duidelijkheid en richting, maar ik kan me ook goed aansluiten bij wat er speelt. Zo is er een medewerker die moeite heeft met de balans tussen werk en privé. Ze is wat gevoelig en kwetsbaar. Je zou dan kunnen zeggen: ga wat minder werken. Of juist: kom op, doorzetten! Ik kies voor de middenweg: ik laat haar zelf bepalen hoe ze haar uren in de week verdeelt – zo geef ik ruimte aan haar gevoeligheid – maar motiveer haar wel om door te gaan. Want ik wéét dat ze het kan. Ik denk dat veel medewerkers dat aan mij waarderen: het vertrouwen dat ik ze geef.”


Wat was het hoogtepunt van jouw achttien jaar AutiTalent?

Glimlacht: “Ach… Ik zou ze allemaal een dikke knuffel willen geven. Al die verhalen, al die mensen. Veel van hen hebben het extra moeilijk in het leven. Er is vaak discussie of autisme wel een stoornis genoemd moet worden; de een zegt van wel, de ander niet. Ik heb gezien dat het voor veel mensen dagelijks verstorend werkt, in de volle breedte van het leven. Dat ontkennen vind ik oneerlijk. Daarnaast speelt werk een hele belangrijke rol in hun leven, want ook zij willen van betekenis zijn en een doel hebben. En dat juist zij het moeilijk hebben om werk te vinden, vind ik heel sneu.”

Dat is niet bepaald een hoogtepunt…

Lacht hard. “Haha, klopt! Maar die moeilijkheden maken mijn werk juist extra mooi. Ik heb AutiTalent van de grond af aan opgebouwd. Ik heb zó’n binding met het bedrijf. Zoiets opbouwen is echt hard werken, we hebben zoveel moeilijkheden overwonnen. En als het dan lukt, en we zoveel mensen blij hebben gemaakt met een baan… Ouders die ons kaarten sturen omdat ze zó dankbaar zijn, en zelf ook het vertrouwen bijna hadden verloren dat het met hun zoon of dochter goed zou komen. Ja, daar word ik heel warm van. Ik ben heel trots. Op AutiTalent, op ons team, en op alle medewerkers die maar blijven doorzetten.”

Wie je ook bent: jij doet ertoe. Daar geloof ik heilig in.”

En nu ga je naar het Leger des Heils. Een hele andere doelgroep.

“Klopt. Maar het slogan van het Leger des Heils is: elk mens telt. En dat is bij AutiTalent ook zo. Dat past zó goed bij mij – sterker nog, dat lééf ik. Ik blijf me dus inzetten voor dezelfde missie, alleen nu met dak- en thuislozen in plaats van mensen met autisme. Want wie je ook bent en wat je problematiek ook is: jij doet ertoe. Daar geloof ik heilig in.”

Andere verhalen