Bij SKJ werken zo’n zestig collega’s aan het onderhouden van het beroepsregister en professioneel toezicht voor professionals binnen het jeugddomein. Collega’s Lisette en Rianne lopen met ons mee naar de vergaderruimte. Uit de open keuken klinkt gelach, iemand schenkt gemberthee in, er gaat een schaal zelfgebakken citroencake rond. De sfeer is open, warm en toegankelijk – iets wat terugkomt in het verhaal van Lisette en Rianne als ze vertellen over de samenwerking met de negen AutiTalenten.
Tienduizenden dossierpagina’s
Begin 2025 krijgt SKJ een enorme klus op zijn bord: duizenden dossiers, elk gevuld met honderden pagina’s, moeten zorgvuldig worden gecontroleerd. Een tijdrovend werk dat niet kan wachten: de kwaliteit van de vakbekwaamheid van de jeugdprofessionals moet gewaarborgd blijven. Deze jeugdprofessionals komen immers in aanraking met zeer kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Lisette: “Er kwam opeens een enorme berg werk onze kant op en we hadden zelf de mankracht niet in huis. Als we dit zonder extra collega’s hadden moeten doen, waren de reguliere processen stil komen te liggen. Hoe gaan we dat opvangen? Dat was een urgente vraag.”
Lisette dacht direct aan AutiTalent. Ze had er bij een vorige werkgever goede ervaringen mee. “Ik wist hoeveel werk hun medewerkers kunnen verzetten, hoe secuur en gefocust ze werken. Ik heb AutiTalent meteen in contact gebracht met onze directeur-bestuurder.”
Binnen SKJ moest men wel even aan het idee wennen. Dat gold ook voor Rianne: “Ik dacht meteen: oh nee, dat kan ik echt niet begeleiden! Ik heb namelijk echt geen geduld, haha.”
Lisette herkende dat soort denkbeelden. Bij haar eigen kennismaking met AutiTalent had ze vergelijkbare aannames. “Ik dacht van tevoren: mensen met autisme zijn vast heel schuchter en moeilijk om contact mee te maken. Maar wat kwam er binnen? Een onwijs vlotte gozer die heel goed wist wat hij kon en niet kon. Daardoor ging ik met een hele andere blik naar autisme kijken.”
Introductie in autisme
Niet veel later stond het besluit vast. In mei startten er vijf AutiTalenten, en in juni nog eens vier. Het was een flinke inzet, beseften Rianne en Lisette: het project is complex, tijdrovend en vraagt precisie – en dus ook goede begeleiding.
Rianne: “Wat enorm hielp, was de introductie in autisme die AutiTalent gaf. We leerden bijvoorbeeld dat duidelijkheid cruciaal is.”
Ze lacht. “Dat was in het begin echt wennen. We willen er nog weleens omheen praten, het verzachten. Het voelt opeens alsof je keihard bent, en dat gaat tegen je gevoel in. Maar het helpt hen. Dat leer je, en je wordt er snel beter in.”
Al in de eerste weken werd het Rianne en Lisette duidelijk hoeveel de inzet van de negen AutiTalenten opleverde. Rianne: “Er vallen hen dingen op die wij niet hebben gezien, of zelfs nog nooit over hebben nagedacht.”
Ook de behoefte aan structuur was nuttig voor de rest van het team. “Omdat zij duidelijkheid en overzicht nodig hebben, werden wij daar zelf ook beter in. We werken secuurder en leggen data overzichtelijker vast. Dat heeft het hele project vooruitgeholpen.”
En dan is er de grote systeemkennis onder de AutiTalenten. Rianne: “Meerdere collega’s kunnen fantastische Excel-lijsten maken waar we nu nog steeds profijt van hebben.”
Er zit een bepaalde strijdlust in het team: wij doen dit samen, we gaan knallen! Dat is heel mooi om te zien.”
Strijdlust
Soms was het even zoeken naar de juiste aanpak. Rianne: “Ze zijn zó nauwkeurig dat het soms kan doorslaan. Dan heeft iemand iets gezien wat niet klopt, en dan kan diegene dat niet goed loslaten. Terwijl het niet relevant is voor het onderzoek.” Die momenten konden ze goed bespreken met relatiemanager Ingrid die regelmatig langskwam. Rianne: “Zij gaf ons praktische adviezen om hiermee om te gaan, en maakte duidelijke afspraken met iedereen.”
Gaandeweg merkten Rianne en Lisette hoe goed de samenwerking paste. Rianne: “Het is mooi dat we echt iets kunnen betekenen als organisatie. Er heerst een fijne sfeer hier en iedereen is welkom. Het voelt gewoon heel natuurlijk.”
Ze glimlacht. “Vandaag bracht een van de medewerkers nog zelfgebakken cake mee. Dat soort kleine dingen laten zien dat iedereen zich hier thuis voelt.” Maar het gaat verder dan dat. “Er zit een bepaalde strijdlust in het team: wij doen dit samen, we gaan knallen! Dat is heel mooi om te zien.”
Lisette herinnert zich een bijzonder moment: “Ik had echt… bijna tranen in mijn ogen toen er laatst een AutiTalent door de gang húppelde. Dat bevestigde: ja, het is zó goed dat we dit gedaan hebben.” Ze zag niet alleen het effect op het project, maar ook op de mensen zelf. “We maken een aantal talenten super blij én wij zijn ermee geholpen. Dat maakt het bijzonder. We zijn echt een team met elkaar, het voelt helemaal niet gescheiden.
Sarcastische grappen
Dan schiet Lisette in de lach: “Ik ben nogal sarcastisch. Maar mijn grappen werden heel letterlijk genomen. Dat was even schakelen, maar nu let ik daar heel goed op. Ik ben daarin echt gegroeid.”
Ze krijgt weleens de vraag of mensen met autisme dan geen humor hebben. Ze reageert meteen fel: “NEE! Ze hebben absoluut humor, en veel ook. Vorige week hebben we hier nog Hitster gespeeld. De donderdagmiddagborrel is favoriet, dan blijven de meesten gewoon hangen. Ze gaan mee op uitjes, naar het kerstdiner… Natuurlijk is de een socialer of communicatief sterker dan de ander. Maar dat geldt voor íedere collega. Ik ben me heel bewust geworden van hoeveel vooroordelen ik zelf had, en hoe fijn het is om die los te laten.”
Rianne. “Binnenkort moeten we een deel van het project afronden en mogelijk ook afscheid nemen van de meeste collega’s. We gaan ze echt ontzettend missen.”
Lisette knikt: “We zijn zo trots op wat het gebracht heeft. Daarom zou ik andere organisaties echt aanraden om hier ook voor open te staan. Als je ziet hoeveel verschil goede begeleiding maakt, ga je het vanzelf leuk vinden. Je moet echt even investeren en ervoor open staan, maar dan… Krijg je zo’n mooie samenwerking waarin je van elkaar kunt leren. Het is een fantastisch team dat keihard werkt aan een ingewikkeld vraagstuk. We hopen heel hard dat we in de toekomst nog eens met ze kunnen werken.”
Andere verhalen
